U bent succesvol ingelogd
U bent succesvol geregistreerd en direct ingelogd

Interview met hoedenmaakster Suzanne Moulijn

In het verlengde van de tentoonstelling ‘Chapeaux! de hoeden van Koningin Beatrix!’ interviewde  MuseumTV hoedenmaakster Suzanne Moulijn (1941, Delft). De Amsterdamse hoedenmaakster ontwerpt al ruim 30 jaar talloze creaties voor de oud-vorstin. Daarbij ontwierp zij hoeden voor Max Heijmans, een van Nederlands grootste couturiers. Wat is de hoedenetiquette en welke aspecten spelen een rol bij het ontwerpen en maken van een hoed?

 

De jaren ‘60

Hoeden maken leerde Suzanne op zestienjarige leeftijd in Rotterdam in het atelier van “Van Straaten-Bloch”, een chique hoedensalon aan de Witte de Withstraat. Tegelijkertijd volgde zij een avondopleiding tekenen en schilderen aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten. Daarna verhuisde zij in 1961 naar Amsterdam waar ze ging werken voor Max Heijmans, modeontwerper bij Hirsch & Cie op het Leidseplein. (1)

 

Van atelier naar catwalk / Passie voor het vak

Twee keer per jaar werd de modeshow gehouden, een ware ‘happening’ in die tijd. De mannequins gingen gekleed in prachtige haute couture kleding, gemaakt van bijzondere stoffen, met altijd een bijpassende hoed. Suzanne Moulijn maakte daarvoor fijn gedrapeerde turbans van dunne mousseline of jersey en hoeden in dezelfde stof als de kleding, maar ook hoeden met onder meer bloemen, veertjes en voiles. Voor Suzanne was dit een zeer leerzame periode waarin haar echte passie voor het vak hoedenmaker is ontstaan.

 

Het puntje op de i

Een hoed is onderdeel van de kleding, een harmonieus geheel, “het puntje op de i”, een “mariage”, zoals Theresia Vreugdenhil (1929-2012), couturier van Koningin Beatrix, vaak zei. Suzanne’s passie voor de haute couture hoed is gebleven. Iedere hoed die zij zelf met de hand maakt is uniek, waarbij vakmanschap en fantasie een grote rol spelen.

 

Elke gelegenheid een andere hoed

Er zijn veel verschillende soorten hoeden, bv. de matelot, de breton, de toque, de pillbox, de turban, de relevé. Het maakproces van al deze hoeden moet je in de vingers hebben. Deze vormen kunnen klein, maar ook heel groot uitgewerkt worden. Voor een bruiloft mag een hoed uitbundig zijn, voor een begrafenis ingetogen. Of bij andere gelegenheden weer nonchalant, met een flaphoed of herenhoed.

 

Stoffen en materialen

Tegenwoordig wordt veel een hennepachtig weefsel gebruikt (sinamay). Dit wordt per meter verkocht en is in vele kleuren verkrijgbaar, maar bovendien goed zelf te verven; licht van gewicht en uitstekend in elke denkbare vorm te brengen. Daarnaast zijn er vele soorten stro-capelines, zoals bv. parabuntal en sisol, glad- of in diverse fantasieweefsels. Bovendien vilt in de mooiste kleuren en kwaliteiten. Ook is het mogelijk dezelfde stof te gebruiken waarvan de kleding is gemaakt.

 

De persoon achter de hoed

Het ontwerp en maakproces begint met een oriëntatiegesprek, waarin een aantal modelhoeden geprobeerd worden. Ook wordt de gelegenheid waarvoor de hoed bedoeld is en de samenhang met de kleding besproken. Daarna wordt in een proces van zoeken, waarbij inspiratie belangrijk is, door te spelen met het materiaal een soort driedimensionale schets gemaakt. Dit ruwe model moet vervolgens gepast worden, meestal met de kleding. Nu moet blijken of dat model de juiste keuze is bij de hele outfit en goed past bij de persoonlijkheid van de drager en het liefst iets extra’s toevoegt. Daarna volgt de definitieve afwerking. Het in vorm brengen van materialen gaat over hoedenblokken, door stomen, trekken, gebruik van laiton (een ijzerdraad omwikkeld met garen ter versteviging) en zo nodig appreteren (het verstevigen van het materiaal).

 

Pareltjes

Voor Suzanne Moulijn is het onmogelijk om de meest speciale hoed die ze ooit gemaakt heeft te noemen. Dat zijn er namelijk zoveel. Bijvoorbeeld bij de opening van de Staten-Generaal, Koninginnedagen, staatsbezoeken en allerlei andere speciale gelegenheden. In zijn algemeenheid is een type matelot, denk aan de Spaanse hoed met platte rechte rand en strakke rechte bol, liefst met een uitbundige bloemengarnering haar favoriet.

 

Wilt u hoeden van ontwerpster Suzanne Moulijn zien? Dit kan nog tot en met 29 oktober 2017 op Paleis Het Loo in de tentoonstelling ‘Chapeaux! de hoeden van Koningin Beatrix’.

 

Noot:

(1) Het van oorsprong Joodse warenhuis Hirsch & Cie had monumentale trappen, galerijen en liften, die met kostbare materialen als marmer en graniet waren afgewerkt. Het modehuis richtte zich op elitedames en vrouwen van rijke ondernemers, zoals fabrikanten uit de Zaanstreek en Twente en planters uit Nederlands-Indië. Ook het koningshuis en danseres Mata Hari waren vaste klanten bij Hirsch. In de Tweede Wereldoorlog werd de zaak geliquideerd, maar het exclusieve imago bleef tot de sluiting in 1976.


Gebruikte bronnen

Chapeaux! De hoeden van Koningin Beatrix

Tot en met 29 oktober 2017 is in museum Paleis Het Loo de tentoonstelling ‘Chapeaux! de hoeden van Koningin Beatrix’ te zien. De 33 jaar lange regeerperiode van Koningin Beatrix wordt aan de hand van een honderdtal hoeden in beeld gebracht.

Tijdens haar regeerperiode (van 1980 tot 2013) draagt Koningin Beatrix bij honderden speciale gelegenheden een hoed: denk aan staatsbezoeken, ontelbare openingen en prijsuitreikingen, op Prinsjesdag en Koninginnedag. De vele hoofddeksels zorgen voor een herkenbaar en vertrouwd beeld van de vorstin en maken deel uit van haar ‘representatieve werkkleding’. Een groot deel van de befaamde hoofddeksels (111 stuks) worden nu vertoond in de tentoonstelling ‘Chapeaux! De hoeden van Koningin Beatrix’ in Paleis het Loo te Apeldoorn.

De tentoonstelling is ontworpen door Maarten Spruyt en Tsur Reshe en wordt georganiseerd in samenwerking met de Koninklijke Verzamelingen, beheerd door het Koninklijk Huisarchief in Den Haag. In ‘Chapeaux! De hoeden van Koningin Beatrix’ staan de creaties van hoedenmakers Harry Scheltens (wie zo’n 30 jaar lang ontwerper was voor de koningin), Emy Bloemheuvel en Suzanne Moulijn centraal, gecombineerd met beelden van de gelegenheden waarop ze werden gedragen. De hoed staat nooit op zichzelf, maar wordt altijd in combinatie met de kleding ontworpen, vaak in overleg met de koningin. De hoeden tonen dan ook verrassend veel mogelijkheden in kleurgebruik, materialen, versieringen en een creatief vormen- en lijnenspel. Een voorproefje van de tentoonstelling is alvast te zien op MuseumTV.

Echter niet alleen ‘Chapeaux! De hoeden van Koningin Beatrix’ is een bezoekje waard, maar Paleis het Loo is met de beroemde baroktuinen ook zeker een ‘must-see’ op zichzelf. Sinds 1984 is dit voormalig Koninklijk Paleis na een grondige restauratie opengesteld voor het publiek en daarom kunt u de ingerichte kamers en zalen bewonderen die tonen hoe de Oranjes 300 jaar lang woonden en werkten. Of wandel door de baroktuinen, die symmetrisch zijn aangelegd naar  17e-eeuws voorbeeld en uniek zijn in Nederland.

Breng dus vooral een bezoekje aan Paleis het Loo om de prachtige tentoonstelling ‘Chapeaux! De hoeden van Koningin Beatrix’ en het paleis zelf te bezichtigen!

Kijk voor meer informatie ook op de website.

  • Ontdek:

  • 3 video's

  • 0 foto's

  • 1 artikelen

Museuminfo

Interview met hoedenmaakster Suzanne Moulijn

Paleis het Loo

Koninklijk park 1

7313 AA Apeldoorn

Navigatieadres: Apeldoorn 7313 AA

055-5772400

info@paleishetloo.nl

 

Openingstijden

Maandag: Gesloten
Dinsdag: 10.00 tot 17.00 uur
Woensdag: 10.00 tot 17.00 uur
Donderdag: 10.00 tot 17.00 uur
Vrijdag: 10.00 tot 17.00 uur
Zaterdag: 10.00 tot 17.00 uur
Zondag: 10.00 tot 17.00 uur